Spelregels & Uitrusting2018-11-24T10:22:25+00:00

SPELREGELS

Dit is een korte samenvatting van de zaalhockeyregels, gericht op de belangrijkste verschillen tussen zaalhockey en veldhockey. Voor een volledig overzicht van de spelregels verwijzen wij naar het Spelreglement Zaalhockey, te vinden op de website van de hockeybond.

Voor de spelregels van de E-jeugd zie onderaan deze pagina.

Spelen van de bal

Alleen pushen is toegestaan: stick vlak bij de bal aan de grond, duwbeweging met stick, geen schuifslag. De bal moet langs de grond verplaatst, behalve bij push op doel. Bij stoppen mag de bal niet (meer dan 10 cm) opspringen. Bal in de lucht mag niet worden gespeeld.

Speelveld

In de zaal liggen zijbalken (10×10 cm. afgeschuind). De cirkelstraal is 9 m, de strafbalstip ligt op 7 m, en het strafcornermerk ligt op 6 m van de doelpaal. Er staan teambanken, een strafbank en een wedstrijdtafel. Er zijn geen hoekvlaggen.

Teams

Een zaalteam bestaat uit maximaal 12 spelers, waarvan max. 6 in het veld. Er moeten minimaal 4 spelers zijn om te kunnen beginnen. Ook de senioren spelen dus (weer) 6 tegen 6.

Tijdwaarneming en stand

De zaaldienst houdt de speeltijd, de evt. straftijd en de stand bij. Standaard speeltijd is 2×20 minuten, maar min. 2×15 en max. 2×30 minuten (zie ook: Spelregels D&E op de volgende bladzijde). Als het dagprogramma uitloopt mag de zaaldienst de wedstrijden dus inkorten.

Rust: maximaal 5 minuten; wisselen van bank.

Wat mag niet

Een veldspeler mag niet liggend spelen en niet op hand, knie of arm steunen; de hand die de stick vasthoudt, mag wel de grond raken.
De keeper mag liggend spelen, maar alleen in de eigen cirkel (zowel hijzelf als de bal).
Veldspelers mogen niet in het doel van de tegenpartij staan of achter een doel omlopen. Afzetten tegen het doel mag niet.
De bal met de stick tegen de balk klemmen mag niet.
De bal van dichtbij hard in de stick van een laagverdedigende speler spelen mag niet.
Een speler met balbezit mag niet opgesloten worden in de hoek van het veld of aan de zijbalk door tegenstanders met hun stick plat op de grond; er moet een opening blijven waardoor de bal kan worden gespeeld.

Bully

Een bully wordt genomen om het spel te hervatten wanneer de wedstrijd is onderbroken wegens een blessure of enig andere reden, waarbij geen straf wordt opgelegd. De sticks moeten elkaar bij een bully één keer raken, voordat de bal gespeeld wordt.

Vrije push

Een vrije push dichtbij de cirkelrand wordt niet meer teruggelegd tot 3 meter buiten de cirkel, maar wordt genomen op de plek van de overtreding. Voordat de bal echter de cirkel in gespeeld mag worden moet deze:

3 meter hebben gerold, of
geraakt zijn door een tegenstander, of
eerst 3 meter zijn verplaatst voordat de balk wordt geraakt.

Strafcorner

Max. 6 (incl. keeper) achter achterlijn; doelverdediger moet in doel, andere verdedigers aan andere zijde doel dan waar bal wordt aangegeven. Slag mag niet, push mag hoog, mits niet gevaarlijk. De bal moet buiten de cirkel zijn geweest om te kunnen scoren. Strafcornerregels vervallen wanneer bal meer dan 3 m buiten cirkel komt

Vrije- of uit push na strafcornersituatie  (Nieuwe regel)

Net als op het veld mag vanaf komend seizoen een speler, die nog beschermende kleding draagt naar aanleiding van het verdedigen van een strafcorner, toch een vrije push of uit push nemen direct na de strafcornersituatie. Het spel mag dan echter niet worden hervat met een self pass. Indien een speler met beschermende kleding aan dit toch doet dan krijgt deze een vrije push tegen als dit buiten de cirkel gebeurde en een strafcorner wanneer dit binnen de cirkel was.

Persoonlijke straffen

Groene kaart: waarschuwing + 1 minuut, Gele kaart: min. 2 minuten (5 minuten als fysiek); Rode kaart: definitief verwijderd. Bij tijdstraf zit speler op strafbank (melden bij zaaldienst). Na straftijd: terugkeer via zaaldienst/scheidsrechter

Straftoepassing

Opzettelijke overtreding verdediger hele eigen helft: strafcorner. Over hele eigen helft zwaardere straf bij opzettelijke overtreding.

Keeperwissel

Maximaal 2x een vliegende keep voor een volledig aangeklede keeper inbrengen. Wisselen tussen dezelfde soort keepers onbeperkt.

Lange corner in de zaal

De lange corner werkt eigenlijk hetzelfde als op het veld, maar wordt in de zaal uitgenomen op de middellijn, ter hoogte van de plaats waar de bal het speelveld heeft verlaten.

Bal over de zijbalk

Als de bal over een zijbalk gaat, wordt de bal maximaal een meter van de balk weer in het speelveld gelegd. Als dat toevallig binnen de cirkel is − en het team dat die cirkel verdedigt mag hem nemen − wordt de bal een meter buiten de cirkel gelegd én een meter van de balk. Als het andere (aanvallende) team de bal mag nemen, wordt het een strafcorner, omdat de bal hoog de cirkel is uitgespeeld door het verdedigende team.

Bal over de achterlijn
  • Als de bal – door een aanvaller – over de achterlijn wordt gespeeld, wordt de bal buiten de cirkel gelegd, recht tegenover het punt waar hij over de achterlijn ging en maximaal 9 meter van de achterlijn.
  • Als de bal per ongeluk door een verdediger of keeper over de achterlijn wordt gespeeld, wordt een lange corner genomen.
  • Als de bal expres door een verdediger of keeper over de achterlijn wordt gespeeld, wordt een strafcorner genomen.
  • Het afketsen van de bal via de legguards van de keeper over de achterlijn wordt niet als opzettelijk gezien.
Uitslagen

Na de wedstrijd vullen de coaches en de scheidsrechters het digitaal wedstrijdformulier (DWF) volledig in, waaronder de uitslag van de wedstrijd.


SPELREGELS E-JEUGD

Teams

Een E-zaalteam bestaat uit maximaal 12 spelers, waarvan max. 6 in het veld. Er moeten minimaal 4 spelers zijn om te kunnen beginnen. Elk team dient vergezeld te worden door een teambegeleider, van seniorenleeftijd, welke gedurende het verblijf van het team in de accommodatie de verantwoordelijkheid draagt voor het gedrag van de spelers.

Wedstrijdduur

Speeltijd 6E: 1×20 minuten zonder rust.

Speeltijd 8E: 2×15 minuten met 5 minuten rust. De 6E speelt in toernooivorm (3 of 4 wedstrijden per speeldag); E8 speelt 2 wedstrijden op een speeldag. De zaaldienst houdt de speeltijd, de evt. straftijd en de stand bij.

Uitrusting

Alle spelers dienen scheenbeschermers en een gebitsbeschermer te dragen.

De zaalschoenen mogen niet afgeven op de vloer (dus geen donkere zolen).

Het spelen met zaalhockeysticks is niet verplicht; wel wordt aanbevolen om een veldstick te voorzien van een sok, i.v.m. het risico op letsel en beschadiging van de zaalvloer.

De keeper van een E-team is verplicht te spelen met legguards (beenbeschermers) en een helm. De legguards dienen te voldoen aan de zaalhockeyvoorschriften.

Wedstrijdleiding

Voor het leiden van wedstrijden is een scheidsrechters‑ kaart niet verplicht. (veld)hockeyervaring strekt uiteraard tot aanbeveling. In analogie met het veldhockey zijn er bij 8E- teams twee spelbegeleiders. Bij 6E teams is één spelbegeleider, welke zich in het veld bevindt.

De spelleiders leiden) het spel in de geest van het hockey voor de jongste jeugd, d.w.z.:

Wees geen ‘scheidsrechter’ maar een spelbegeleider.
Tracht de jongste jeugd vóór alles spelplezier te verschaffen door hen kiezend bezig te laten zijn, gebruik makend van hun eigen inbreng en originaliteit.
Onderbreek het spel zo min mogelijk; alleen in verband met veiligheid en hoofdregels.
Geef concrete aanwijzingen (aan beide partijen), voornamelijk als het spel stilligt.
Stimuleer door een positief meelevende houding tot nog meer spelbeleving.

Het spelen van de bal

Spelers

Het spelen van de bal mag alleen met de platte kant van de stick. In de zaal is het alleen toegestaan om te pushen. Een (schuif)slag (waaronder de flats), is dus niet toegestaan. Een schuifslag ontstaat wanneer spelers de stickbeweging van meer dan 50 centimeter van de bal inzetten.
In de zaal mag de bal nooit hoog gespeeld worden. Ook de bal over de stick van de tegenstander liften mag niet. Als de bal bij een pass van de grond komt dan is dat tot balkhoogte (10 cm) geen overtreding, tenzij een tegenstander er last van heeft. Als een speler die in de vrije ruimte staat een bal stopt en deze daarbij opstuit, is dat alleen een overtreding wanneer de tegenstander er nadeel van ondervindt.
Veldspelers mogen de bal nooit liggend spelen.

Keepers

In de cirkel mag de keeper de bal stoppen met het lichaam, met de voeten spelen en de bal met de hand over de grond wegslaan. Een bal in de lucht mag tegengehouden worden; naar de bal slaan mag niet. NB. Bij het tegenhouden van de bal is de keeper in beweging en kan zijn hand/arm dus nog bewegen. Dit is geen overtreding. Wanneer naar de bal geslagen wordt, is dat fout en moet dit worden afgefloten.
De keeper mag de bal liggend spelen in de cirkel, wanneer zowel de bal als hij in de cirkel zijn. Vanwege de veiligheid is bepaald dat de keeper zich dan echt volledig in de cirkel moet bevinden.
De keeper mag de bal buiten zijn cirkel uitsluitend met zijn stick spelen

Bully

Een bully wordt genomen om het spel te hervatten wanneer de wedstrijd is onderbroken wegens een blessure of enig andere reden, waarbij geen straf wordt opgelegd. Wanneer een spelbegeleider het spel heeft stilgelegd om uitleg te geven aan de spelers kan het dus hervat worden met een bully. De sticks moeten elkaar bij een bully één keer raken, voordat de bal gespeeld wordt.

Lange corner

Als de bal (niet opzettelijk) over de achterlijn gaat via de verdedigende partij, is het een lange corner. De bal wordt door de aanvallende partij op de middenlijn genomen, recht tegenover het punt waar de bal over de achterlijn is gegaan.

6E: Er zijn geen strafcorners. Bij een overtreding binnen de cirkel of het opzettelijk over de achterlijn spelen van de bal door een verdediger volgt een vrije push voor het aanvallende team buiten de cirkel. Daaruit kan niet rechtstreeks worden gescoord.

8E: Bij een strafcorner stellen de spelers van het aanvallende team zich op buiten de cirkel.

De keeper moet in het doel, alle andere verdedigers staan met hun voeten en sticks achter de achterlijn aan de andere kant van het doel vanwaar de strafcorner wordt aangegeven.

De bal moet eerst buiten de cirkel worden gespeeld, voordat van binnen de cirkel een doelpunt kan worden gemaakt.

Uitrusting

In de zaal speelt HCSO in hetzelfde tenue en met dezelfde uitrusting als op het veld, met uitzondering van schoenen en stick (zie hierna). Scheenbeschermers zijn verplicht voor alle spelers, gebitsbeschermer (bitje) is sinds 1 juli 2015 ook verplicht voor alle spelers. Zoals gebruikelijk stelt HCSO het bitje nu al verplicht voor jeugdspelers.  

Uitshirt

Als de tegenstander ook in een geel shirt speelt, dient de uitspelende club een andere kleur shirt te dragen. Spreek dus met je team af dat je allemaal een wit of zwart shirt meeneemt naar uitwedstrijden tegen één van de volgende clubs: Leeuwarden, Bedum, Winschoten of Emmen.

Schoenen

In de zaal dragen we gewone zaalschoenen, zonder noppen. De schoenen mogen geen zwarte of gekleurde zolen hebben, want die laten strepen achter op de zaalvloer. Dit geldt voor spelers én begeleiders.

Stick

Bij zaalhockey is een speciale zaalhockeystick verplicht. Deze is lichter en platter dan een veldstick. De jongste jeugd (F en E) mag eventueel ook spelen met een veldstick waarbij een sok om de haak is getrokken.  

Keeper

De keeper moet een – van beide teams – afwijkende kleur shirt dragen. Legguards, klompen en andere uitrustingsstukken mogen geen scherpe kanten of uitsteeksels hebben. Metalen gespen aan keepersuitrustingen zijn ten strengste verboden, óók als ze afgeplakt zijn !!!! Harde plastic gespen moeten worden afgeplakt. Denk eraan dat ook een zaalbeheerder het recht heeft om bepaalde materialen te verbieden, i.v.m. mogelijke schade aan de zaalvloer. HCSO-keepers kunnen terecht bij Peter Beens voor hun materialen (o.a. zaalbandjes).

Uitslagen

Na de wedstrijd vullen de teambegeleiders en spelbegeleiders het digitaal wedstrijdformulier (DWF) volledig in, waaronder de uitslag van de wedstrijd.